In een blog op de site denhaagdirect.nl schreef Hans Franse over zijn laatste boek, en de presentatie ervan, op initiatief van RHI.
De site vind ik een leuk voorbeeld van stadspromotie. Voor het volledige artikel met kopie krantenknipsel moet je even naar denhaagdirect surfen, of -voor het knipsel- de documentatie van het RHI raadplegen.
http://www.denhaagdirect.nl/index.php/2011/06/05/een-interview-op-de-tramhalte/
of:
http://tinyurl.com/6ek4np5
(Kan iemand mij nog eens uitleggen waarom de links niet als links verschijnen als ik de linkoptie gebruik?)
Een interview op de tramhalte Hans Franse, zondag 5 juni 2011, 12:37 2 reacties
Dit wordt een moeilijke blog, niet zozeer qua schrijven: daar heb ik na een leven lang letters niet zo een moeite mee, maar het heeft meer de inhoud te maken. Hoe datgene wat het leven van een mens bepaalde geselecteerd wordt in een soort “chinees fluisteren”, een spelletje dat we vroeger wel deden waarbij de eerste een woord fluistert in het oor van de tweede. Hoe dat woord eruit komt na de vijftigste fluistering? Probeer het maar eens.
Mijn laatste boek heet. “In de naam van de vader en de zoon“, met als ondertitel, “kind tussen waarheid en schaamte“. Kort gezegd: het gaat over de oorlog. Mijn vader was een lieve, intelligente, sociale en warme man die geen vlieg kwaad deed. Hij was een beetje onwerelds en was “fout” in de oorlog. Ik heb nooit begrepen waarom hij het deed. Ik heb ook nooit begrepen waarom mijn moeder en ik, na zijn vroege dood, eronder moesten lijden, terwijl zij niet fout was en ik, gezien mijn geboortedatum, nooit fout had kunnen zijn. ... . Het decor van het boek is Rijswijk tussen 1943 en 1950 De tramhalte bij de Hoornbrug speelt zowel in een begin- als in het laatste hoofdstuk een rol. Voor aandachtige lezertjes: dat is inderdaad geinspireerd door het laatste hoofdstuk van “Het bittere Kruid” (de halte) terwijl de titel en het motto mede geinspireerd waren door Nelleke Noordervliet. Ik heb verder, de neiging hebbend tot sierlijke schrijffiorituren en romantische stemming, er heel hard aangewerkt om het boek in een mooie, duidelijke taal te schrijven. Daarbij de oude bard Guillaume van der Graft volgend, die “mond aan mond met de taal” wilde schrijven. Het boek is uitgegeven bij de Nieuwe Haagsche en ik heb besloten de opbrengst aan WAR CHILD te schenken, daar ik aan mijn ellende niet wil verdienen. Ik presenteerde het boek in december twee jaar geleden in de bibliotheek in Rijswijk. Ik wil bij voorbaat vertellen aan iedereen: ik ben niet zielig. Na de oorlog werd ik zelfs door mensen uit Rijswijk, op school, in verenigingen met liefde omgeven. Mijn vader had zijn straf gehad. De kater kwam later toen de oorlog wetenschap werd en de feiten bekender en bekender: van de oorlog, maar nauwelijks van de sociale context.
De eerste die uitstekend over het boek schreef was Coos Versteeg, hoofdredacteur van Den Haag Centraal: ik vond het een uitstekend stuk, helder, inhoudelijk en redelijk uitvoerig. Maar ook Ons Den Haag wijdde er aandacht aan. Van de Rijswijkse historische vereniging kreeg ik een uitnodiging om over het boek te vertellen. Dat vond plaats op 27 mei jl. Ik kwam daarvoor naar Nederland. Een verslaggeefster van AD/Haagsche Courant las de stukken en vroeg om een interview. Ik stond het toe, maar vond dat de foto op de halte bij de Hoornbrug gemaakt moest worden.
...
Pollo alla Parmigiana
12 jaar geleden
Misschien vergeet je op ok te klikken, Lia?
BeantwoordenVerwijderenIk kan het je ook wel eens laten zien. Kom maar een keertje.
BeantwoordenVerwijderen